Participatie Sandra Poelman Glowingplaces Participatie

Participatie onder de Omgevingswet

Participatie onder de Omgevingswet

Een beknopte gids voor professionals!

Als professional in de ruimtelijke ontwikkeling, vervul je een cruciale rol bij het vormgeven van onze leefomgeving. Met de komst van de Omgevingswet wordt er een groter beroep gedaan op jouw rol in het faciliteren van participatieprocessen.

Maar wat betekent participatie onder de nieuwe wetgeving precies? En hoe kun je als professional in de ruimtelijke ontwikkeling effectief inspelen op deze veranderingen?

In deze beknopte gids verkennen we het concept van participatie onder de Omgevingswet. Ook bieden we praktische tips om participatie te bevorderen en te benutten, gericht op gemeenten, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en adviesbureaus.

De essentie van participatie

Participatie betekent volgens de Omgevingswet ‘Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden) bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit’. Het doel van participatie is om hun input, inzichten en ideeën te verzamelen voor er besluiten worden genomen. Zo worden alle betrokken partijen uitgenodigd om deel te nemen aan het vormgeven van de leefomgeving.

Daarbij gaat het, zo verduidelijkt het Kennisknooppunt Participatie van de Rijksoverheid, niet om individuele zaken zoals het plaatsen van een dakkapel. Het draait om collectieve vraagstukken, beslissingen of diensten, waar mensen invloed op kunnen uitoefenen.

Waarom krijgt participatie zo’n centrale rol in de Omgevingswet?

Vanuit de historische ontwikkelingen in Nederland is participatie steeds belangrijker geworden in de rolverdeling tussen overheid en burgers. Tijdens de periode van de verzorgingsstaat (1880 – 1960) voorzag de overheid in de sociaal-maatschappelijke behoeften van burgers en was van participatie geen sprake. Maar met de opkomst van de vermarkting (jaren ’60 – 2000) kregen burgers meer verantwoordelijkheden en werden taken als telecommunicatie, post en banken geprivatiseerd. Dit evolueerde verder naar een tijdperk van vermaatschappelijking (vanaf 2000), waarin de nadruk ligt op actieve deelname van burgers. De rol van de overheid veranderde van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’.

Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een groeiende rol van burgers in het besluitvormingsproces, zowel offline via buurt of wijk-organisaties als online via sociale media. Mensen zijn tegenwoordig meer betrokken, zeker als het gaat om hun eigen woonomgeving. Ook zijn burgers mondiger geworden, de opkomst van internet en sociale media heeft hieraan bijgedragen.

Pas recent, met de Wet maatschappelijke ondersteuning (2015) en de Omgevingswet (2024), is participatie bij overheidsbeleid formeel vastgelegd als wettelijke verplichting. Dit onderstreept de erkenning van burgers als actieve deelnemers in het vormgeven van hun leefomgeving.

Daarbij gaat het, zo verduidelijkt het Kennisknooppunt Participatie van de Rijksoverheid, niet om individuele zaken zoals het plaatsen van een dakkapel. Het draait om collectieve vraagstukken, beslissingen of diensten, waar mensen invloed op kunnen uitoefenen.

IMG_2606
IMG_1513

Veranderingen onder de Omgevingswet

Wat verandert er concreet onder de Omgevingswet? Allereerst wordt van gemeenten verwacht dat zij participatiebeleid ontwikkelen en implementeren, waarin wordt vastgelegd hoe en wanneer belanghebbenden worden betrokken bij besluitvormingsprocessen.

 

Voor beleidsontwikkeling blijft de overheid verantwoordelijk voor de participatie. Dit wordt verplicht gesteld voor de volgende kerninstrumenten van overheden: omgevingsvisie, omgevingsplan, programma, omgevingsverordening, waterschapsverordening en projectbesluit.

 

Bij projecten en plannen waar omgevingsvergunningen nodig zijn, vindt een grote verandering plaats. Participatie wordt namelijk een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer zelf, terwijl in het verleden de overheid altijd deze taak op zich nam.

 

Participatie bij omgevingsvergunningen blijft in principe vrijwillig, maar het wordt steeds vaker gezien als een essentieel onderdeel van het proces. Ook moet elke aanvrager van een omgevingsvergunning duidelijk maken of er aan participatie is gedaan, hoe dat is vormgegeven en wat de resultaten zijn.

Dit omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen, het antwoord mag dus ook zijn dat er geen participatie heeft plaatsgevonden. Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen of weigeren de vergunning te verlenen, omdat er geen participatie is geweest. De bedoeling van de Omgevingswet is namelijk alleen om de initiatiefnemer te stimuleren om na te denken over participatie.  

 

Uitzondering hierop is dat de gemeenteraad gevallen kan aanwijzen, waarin participatie verplicht is en overleg met belanghebbenden dient plaats te vinden. Dit is van toepassing bij de zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Als de gemeenteraad hiertoe besluit, dient participatie in dit geval plaats te vinden voordat de aanvraag kan worden ingediend.

 

Voor initiatiefnemers, bestuurders en ambtenaren dus grote veranderingen.

Het belang van participatie

Participatie kan een wettelijke verplichting zijn, maar is vooral ook een waardevol instrument voor betere besluitvorming en maatschappelijk draagvlak. Door belanghebbenden actief te betrekken, kunnen betere besluiten worden genomen en mogelijke weerstanden tijdens de uitvoering van projecten worden voorkomen. Bovendien draagt participatie bij aan een inclusiever besluitvormingsproces, waarbij alle perspectieven worden meegewogen.

Hoe pak je participatie aan?

Effectieve participatie vereist een doordachte aanpak. Allereerst is het belangrijk om heldere doelstellingen te formuleren en een duidelijk plan van aanpak op te stellen. Dit omvat onder andere het identificeren van alle relevante stakeholders (Hiervoor hebben we een handige tool voor je ontwikkeld die direct waardevol inzicht oplevert.) Ook van belang zijn het kiezen van geschikte participatiemethoden en het vaststellen van de rolverdeling tussen verschillende betrokkenen.

 

Vanuit de Omgevingswet is een nieuw instrumentarium ontstaan, maar de grootste transformatie waar organisaties voor staan, is een verschuiving in houding en gedrag. Deze verandering draait om:

  • Van bezwaren achteraf naar inbreng vooraf
  • Van aanhoren naar in gesprek gaan
  • Van achter het bureau naar in het veld
  • Van denken in belemmeringen naar denken in mogelijkheden

 

Daarom is communicatie een essentieel onderdeel van participatie. Zorg voor transparante, toegankelijke informatievoorziening en stimuleer een open dialoog tussen belanghebbenden.

Praktische organisatie van participatie

Het organiseren van participatie vereist een gestructureerde aanpak. Dit omvat het opstellen van een duidelijk participatieplan, het organiseren van participatiebijeenkomsten en het verzamelen en analyseren van input van belanghebbenden. Zorg ervoor dat stakeholders op meerdere momenten in het proces worden betrokken en dat hun input wordt meegewogen in de besluitvorming.

 

De Omgevingswet schrijft niet voor welke vorm participatie moet hebben. Daar zijn het bevoegd gezag en de initiatiefnemer vrij in. Ze kunnen eigen keuzes maken voor de inrichting van een participatieproces. Logisch, want de locatie, het soort besluit, de omgeving en de betrokkenen zijn elke keer anders. Ook het moment waarop de participatie start, verschilt per situatie.

 

Het juiste niveau van participatie hangt af van de context en de aard van het besluitvormingsproces, waarbij je zou moeten streven naar een balans tussen efficiëntie, legitimiteit en effectiviteit van de besluitvorming.

 

De participatieladder is een handig hulpmiddel hiervoor, dat je ook goed kunt communiceren met belanghebbenden in het kader van verwachtingenmanagement.

  • Aan de onderkant van de ladder staat ‘informeren’, waarbij belanghebbenden slechts worden geïnformeerd over beslissingen die al genomen zijn. Veel deskundigen zien dit niet als vorm van participatie, omdat er geen dialoog plaatsvindt en daaropvolgende belangenafweging.
  • Een stap hoger bij ‘raadplegen’ worden belanghebbenden gevraagd om feedback of meningen te geven over voorgestelde plannen. Dit kan variëren van enquêtes tot publieke bijeenkomsten. Hoewel dit een hoger niveau van betrokkenheid impliceert, blijft de uiteindelijke besluitvorming bij overheid en initiatiefnemer.
  • Bij het niveau ‘adviseren’ worden belanghebbenden vroegtijdig uitgenodigd om advies te geven aan beleids- en plannenmakers. Deze informatie wordt gebruikt om tot een eerste plan te komen, waardoor de stakeholders meer invloed hebben. Vervolgens worden de uitgewerkte plannen weer voorgelegd aan betrokkenen.
  • De hoogste niveaus van participatie zijn ‘coproductie’ en ‘zelfbeheer’. Bij coproductie werken belanghebbenden samen met de overheid of initiatiefnemer om beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Zelfbeheer gaat zelfs nog een stap verder, waarbij stakeholders zelf verantwoordelijkheid dragen voor het beheer van bepaalde aspecten van de leefomgeving.

Gevolgen van onvoldoende participatie

Onvoldoende participatie kan leiden tot weerstand en conflicten tijdens de uitvoering van projecten. Het is daarom belangrijk om ervoor te zorgen dat alle relevante belanghebbenden worden betrokken en dat hun input serieus worden genomen. Als er toch bezwaren ontstaan, is het van belang om deze serieus te nemen en te zoeken naar oplossingen die recht doen aan alle belangen.

Conclusie: de kracht van participatie

Participatie is geen doel op zich, maar een middel om betere besluitvorming en een inclusiever beleidsproces te bevorderen. Als professional in de ruimtelijke ontwikkeling heb je een belangrijke rol in het faciliteren van participatieprocessen en het creeëren van een omgeving waarin alle belanghebbenden zich gehoord en betrokken voelen. Door participatie serieus te nemen en actief te stimuleren, kunnen gemeenten, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en adviesbureaus samen bouwen aan een toekomstbestendige en leefbare omgeving voor iedereen.

 

 

We hopen dat deze gids je een beter inzicht heeft gegeven in actieve participatie onder de Omgevingswet. We wensen je veel succes met het implementeren! Mocht je daarbij hulp nodig hebben of vragen willen stellen, dan kun je altijd vrijblijvend contact met ons opnemen via de website www.glowingplaces.nl.

 

 

Met stralende groet,

namens Team Glowingplaces

 

Sandra Poelman

directeur

Bronnen:

Broek, J.H.G. van den (2023, tweede druk). De Omgevingswet, een korte introductie. Den Haag: Boomjuridisch.

Informatiepunt Leefomgeving. Participatie bij de instrumenten van de Omgevingswet.  https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/participatie/participatie-instrumenten/participatie-instrumenten-omgevingswet/(nog aanvullen)

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2020). Handreiking Stakeholdersanalyse. Den Haag: Kennisknooppunt-participatie.nl

Fokkema, S. en Swart-Beekhuis, S. (2023). Handboek Bewonersparticipatie, inwoners betrekken bij maatschappelijke opgaven. Haarlem: Mediawerf Uitgevers.

Poelman, S. (2019). Van hopeloos naar hotspot: 33 geheimen over mensgerichte gebiedsontwikkeling onthuld. Eindhoven: Glowingplaces.

https://vng.nl/artikelen/participatie-onder-de-omgevingswet (nog aanvullen)